Blog

De zorgwaarde in de jeugdketen verhogen: de bekostigingssystematiek een obstakel?

Erik Dannenberg stelt in zijn artikel[1], eerder gepubliceerd op Zorgvisie, dat de bekostigingssystematiek een obstakel is om een goede samenwerking tussen de GGZ en het sociaal domein tot stand te kunnen brengen. Met meerdere wetten als grondslag voor hulp (Jeugdwet, Wlz, Zvw, de Wmo, Participatiewet) zijn zorgaanbieders verschillend gecontracteerd. En zo heeft iedere zorgaanbieder eigen contracten waarin minimaal is vastgelegd welke zorg mag worden geleverd, welke kwaliteitseisen worden gesteld en welke tarieven mogen worden gedeclareerd. Iedere aanbieder heeft er financieel belang bij vooral binnen contract(voorwaarden) zijn diensten te verlenen.

 

Een illusie dat we het systeem snel kunnen veranderen

We zijn het dus eens met de stelling van de heer Dannenberg, dat de verschillende wetten en manier van bekostigen obstakels zijn voor een goede samenwerking. Echter vragen wij ons af of dit een onoverkomelijk probleem is, het is in ieder geval een illusie te denken dat we het systeem op korte termijn kunnen veranderen. De afzonderlijke wetten zijn immers duidelijk en borgen dat zorg wordt geleverd. Wat we graag willen is dat daar waar in het belang van een cliënt zorg nodig is, met grondslagen vanuit meerdere wetten, we dit ook daadwerkelijk kunnen regelen. De afzonderlijke wetten en daaruit voortvloeiende inkoopcontracten houden dit niet tegen, maar maken het ‘slechts’ lastig.

 

Waar starten?

Naar ons idee start het bij de ambitie om in de hele zorgcyclus van een gekozen doelgroep,  sámen de beste zorg te willen leveren, zorg met de beste kans op goede resultaten. Zorg die is gericht op resultaten die voor de cliënt belangrijk zijn.

Maak een keuze voor een specifieke doelgroep en vorm een team waarin alle expertises zijn opgenomen die in het cliëntproces nodig zijn. Een integraal team met vaste professionals, met de verantwoordelijkheid om te zorgen voor de best mogelijke resultaten van zorg, op korte  én op lange termijn. Dat kunnen professionals zijn uit éen organisatie of uit meerdere organisaties binnen de keten.

Er zijn inmiddels prachtige voorbeelden waarin een integraal team met vaste bezetting – uit de hele zorgcyclus –  komt tot verrassend betere resultaten van zorg en bovendien tegen dezelfde of zelfs lagere kosten. Én, met als gevolg een hogere instroom van cliënten die afkomen op de hogere zorgwaarde.

 

Een mooi voorbeeld waarbij een integraal team met vaste professionals prachtige resultaten boekt is Diabeter[2], een kliniek voor kinderen met diabetes type 1. Door vaste teams te formeren van artsen, verpleegkundigen, diëtisten en psychologen slagen zij er in de resultaten van de zorg in de hele zorgcyclus sterk te verbeteren zonder de kosten te verhogen. Tegelijk weten ze de kosten voor ons gezondheidssysteem te verlagen (betere zorg leidt tot minder zorgkosten op langere termijn). Deze manier van werken levert dus én veel betere resultaten op tegelijkertijd zijn de kosten een stuk lager.

En niet in de laatste plaats dient deze samenwerkingsvorm het belang van de zorgprofessional. Samen werken aan de best mogelijke resultaten van zorg is tenslotte de drijfveer om in de zorg te werken. Doen wat goed is voor je cliënten. En daar hoort samenwerken met andere disciplines en ketenpartners gewoon bij.

 

 

Iedereen heeft baat

Ingewikkeld? Jazeker. Maar juist vanuit een gezamenlijke ambitie, en het feit dat cliënten, zorgprofessionals, gemeenten en zorgaanbieders baat hebben bij succes, moet het toch lukken om voor specifieke doelgroepen integrale teams op te stellen met vaste professionals die zorgen voor de best mogelijke resultaten van zorg. Zelfs als er meerdere wettelijke grondslagen zijn voor de hulp die nodig is.

[1] https://www.zorgvisie.nl/huidige-bekostiging-staat-samenwerking-ggz-en-sociaal-domein-in-de-weg/

[2] https://diabeter.nl/nl/ga-naar/value-based-healthcare-diabetes/