Blog

Ondersteuningsbehoefte in het onderwijs; gemeenten, scholen, samenwerkingsverbanden en jeugdhulp gezamenlijk aan zet!

Er vindt een steeds betere samenwerking plaats tussen gemeenten en onderwijsinstellingen op het gebied van jeugdhulp. Maar hoe zorgen we ervoor dat deze samenwerking zo effectief mogelijk wordt neergezet? En op wat voor manier kan de juiste ondersteuning sneller worden ingeschakeld? Een doorontwikkeling op deze samenwerking levert namelijk waarde op voor kinderen, hun ouders en de leerkrachten.

 

In principe gaan alle kinderen in Nederland naar school. Ze zijn leerplichtig en hebben het recht op een ononderbroken schoolloopbaan. Ieder kind uiteraard op zijn of haar eigen niveau. In de meeste gevallen gaat dit gelukkig vanzelf goed en is school meer dan uitstekend in staat om de kinderen hierin te begeleiden. Maar soms is er net dat beetje meer nodig om een kind optimaal te kunnen ondersteunen. Waar een school soms deze extra ondersteuning zelf kan bieden is er ook een mogelijkheid om – via extra middelen vanuit de wet passend onderwijs of via de jeugdwet – extra ondersteuning te regelen.

Scholen zijn over het algemeen heel verschillend van elkaar. Ze hebben te maken met veel verschillende leerlingen met veel verschillende achtergronden uit verschillende wijken en er zijn altijd verschillende soorten ouders. De meeste ouders weten heel goed de weg te vinden naar extra ondersteuningsbehoefte voor hun kinderen en organiseren dit zelf wanneer het noodzakelijk is. Andere ouders zijn minder bekend met de wegen die zij moeten bewandelen voor extra ondersteuning of zijn onvoldoende bekwaam. En juist bij deze gezinnen is het van belang dat een school vroegtijdig eventuele ondersteuningsbehoefte signaleert en in samenwerking met ouders, zorgprofessionals en de gemeenten de ondersteuning rondom het kind kan organiseren.

”So far so good…”

Tegenwoordig is op veel scholen de schoolmaatschappelijk werker weer terug. Samen met de scholen ontdekken zij tijdig ondersteuningsbehoefte van leerlingen. Zij weten de samenwerking op te zetten met de thuissituatie. Daarnaast hebben de meeste scholen ook een goede samenwerking weten op te zetten met de wijkteams. Het wijkteam of de schoolmaatschappelijk werker is de verbinding tussen school, het gezin en de benodigde jeugdhulp. Wanneer in het reguliere onderwijs blijkt dat er meer hulp nodig is voor een kind wordt er overlegd met de wijkteamprofessional, (soms) de jeugdarts en de ouders. De extra hulp kan dan in veel gevallen ingezet worden door een (wijkteam)professional. So far so good…

Het proces om te komen tot ondersteuning is echter soms nog wat stroperig. De aanvraag voor extra middelen vanuit het passend onderwijs en/of het aanvragen van een beschikking voor jeugdhulp kan zomaar een paar weken duren. Ook duurt het soms lang voordat er door bijvoorbeeld beide gescheiden ouders een akkoord is gegeven. Daarnaast raken de scholen op een gegeven moment de binding kwijt als de hulp eenmaal is ingeschakeld. Er is sprake van weinig tot geen terugkoppeling vanuit zorgaanbieders aan de scholen. Dit kan terecht zijn, maar wordt door de scholen als zeer vervelend ervaren. Zij willen nu eenmaal op de best passende manier onderwijs kunnen bieden aan het kind. Hoe meer kinderen op school hulp ontvangen, hoe meer verschillende zorgaanbieders betrokken zijn. Dus stel: je hebt met minder zorgaanbieders te maken op één school, dan is de kans op betere communicatie, een efficiënter proces en meer adequate hulp groot toch?

Binnen het speciaal onderwijs, de zogenaamde clusterscholen (deze zijn primair gericht op kinderen die niet aan het regulier onderwijs kunnen deelnemen.), zijn er gelukkig steeds meer pilots bij gemeenten op het gebied van Onderwijs Zorg Arrangementen (OZA’s). Dit is niet meer of minder dan het vooraf inkopen van veel voorkomende jeugdhulp voor groepen leerlingen met een soortgelijke ondersteuningsvraag. Bijvoorbeeld: het structureel inzetten van een gedragsdeskundige op een school met kinderen met een autistische stoornis. Het speciaal onderwijs heeft niet alleen kinderen met een extra hulpvraag vanuit jeugdzorg maar ook vanuit de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg is ondersteuning nodig voor bijvoorbeeld verzorging en verpleging. Dit maakt het dus nog ingewikkelder voor ouders, leerkrachten en scholen om de juiste hulp snel en effectief voor kinderen beschikbaar te stellen. Met de OZA’s wordt hier positieve verandering in gebracht. Minder volwassenen rondom het leven van een kind op school en direct toegang tot benodigde hulp voor ouders en kinderen. Er kan tussen zorgaanbieder en school beter gecommuniceerd worden en er zijn minder thuisblijvers.

Gelukkig blijkt uit ons onderzoek dat de samenwerking tussen gemeenten en onderwijsinstellingen steeds meer wordt gezocht en verbeterd wordt. Er zijn nieuwe initiatieven en ontwikkelingen waar steeds sneller op geanticipeerd wordt. Alle kinderen zitten ten slotte op school. Dit is de plek waar de basis voor hun en onze toekomst wordt gevormd. Het advies is daarom aan gemeenten, scholen en samenwerkingsverbanden in het onderwijs nog beter de samenwerking te zoeken om ieder kind een ononderbroken schoolloopbaan te garanderen.