Blog

Tekort in de jeugdhulp? Investeren is de oplossing!

Het ziet ernaar uit dat ook in 2018 veel gemeenten hun jeugdhulpbudgetten zullen overschrijden. Gemeenten zetten daarom volop in op manieren om grip te krijgen op de uitgaven binnen de jeugdhulp. In meer of mindere mate wordt er geëxperimenteerd om uitgaven te reduceren. De gehanteerde ‘sturingsmechanismen’ zien we voornamelijk terug in de organisatie van de inkoop, de toegang tot de jeugdhulp en de verantwoording van te leveren of geleverde zorg. Door aan deze knoppen te draaien, hopen veel gemeenten resultaten terug te zien in de eindrekening.

 

Experimenten

Binnen de zorginkoop wordt veel geëxperimenteerd met resultaat- of populatiefinanciering. En zien we volop experimenten waarbij het voorliggend veld zoals Maatschappelijk Werk en Welzijnswerk een belangrijke ingang worden tot jeugdhulp en veel meer clienten zelf kunnen helpen. Zo zien we ook dat vele gemeenten op verschillende wijzen de samenwerking met de huisartsen proberen te intensiveren. De keuze hiervoor heeft meestal niet als primair doel om de uitgaven te reduceren. In de achterkamertjes is dit echter wel een terugkerend thema.

”Daar waar veel gemeenten ervoor kiezen om te sturen op directe kostenvermindering, waait er in enkele regio´s een andere wind.”

 

De 3 i’s: inzicht, investeren en innoveren

Al in 2015 werd er door toenmalig kinderombudsman, Marc Dullaert, gehamerd op dat de jeugdhulp niet bedoeld is om in te experimenteren (‘Experimenteren met kinderen onacceptabel’). Maar gezien de tekorten waar gemeenten mee worden geconfronteerd, is experimenteren met sturingsmechanismen in de jeugdhulp enigszins begrijpelijk. Ik wil mij daarom niet richten op de vraag óf we mogen experimenteren in de jeugdhulp, maar op de onderliggende onderbouwing. Vaak worden experimenten opgestart zonder dat er een solide onderbouwing voor is. Met andere woorden, de grondige analyse voorafgaand aan de experimenten ontbreekt. En juist deze analyse is cruciaal in het ontwikkelen en innoveren van de jeugdhulp, maar ook om de jeugdhup betaalbaar te houden. Om de tekorten op de jeugdhulpbudgetten aan te pakken, of liever nog te voorkomen, is inzicht nodig in managementinformatie, cijfers en trends. Pas als dit goed in beeld is – eigenlijk heel basale, maar essentiele, informatie – kunnen keuzes bewuster en zorgvuldiger worden gemaakt. Mijn pleidooi is dan ook om voordat wordt gestart met grote experimenten of het doorvoeren van wijzigingen, eerst te onderzoeken wat de huidige stand van zaken is. Waar komen de tekorten daadwerkelijk vandaan en wat is de beste manier om de metaforische koe bij de horens te vatten?

In sommige jeugdhulp regio´s begint dit besef ook al te komen. Daar waar veel gemeenten ervoor kiezen om te sturen op directe kostenvermindering, waait er in enkele regio´s een andere wind. Hier wordt namelijk gekozen om extra – boven op de bestaande tekorten – te investeren. Met ketenpartners worden businesscases beschreven om de komende jaren uiteindelijk de kwantiteit aan gespecialiseerde jeugdhulp te verminderen en de kwaliteit van jeugdhulp juist te verbeteren. Er wordt geinvesteerd in inzicht en innovatie. Het idee is dat hiermee op termijn het zorglandschap verbetert en de gespecialiseerde zorg minder geld kost.

Innovatie zou mijn inziens centraal moeten staan in deze gezamenlijke ontwikkeling. De extra investering biedt hiervoor mogelijkheden. Innoveren bijvoorbeeld op het gebied van verblijfzorg: kun je in het belang van de zorg de verblijfsduur verkorten? Of innovatie op het gebied van gespecialiseerde ambulante GGZ zorg waarmee de verblijfsduur korter wordt. Of innovatie op het gebied van preventie. Of misschien worden er nieuwe begeleidingsmethoden of behandelmethoden ontwikkeld die een grotere kans geven op positieve resultaten voor clienten.

Grip op uitgaven binnen de jeugdhulp is volgens mij alleen op de boven beschreven wijze aan te vliegen. Inzicht, investeringen en innovatie zijn randvoorwaarden voor succes!